maandag 11 januari 2010

Gevraagd: mijn visie op web 2.0 in relatie tot het NA... hmm da’s niet even snel gedaan. In de verschillende blogs die ik inmiddels geschreven heb, is al duidelijk geworden dat ik hier en daar zo mijn bedenkingen heb vooral vanuit het standpunt van de organisatie en waar we voor staan: het archiveren, beheren en presenteren van betrouwbare, authentieke, bruikbare en ‘niet gemanipuleerde’ informatie (archiefbescheiden). In deze 23-archiefdingen-cursus maken we kennis met de nieuwe mogelijkheden die ‘het web’ biedt dankzij allerlei nieuwe aardige softwarehulpmiddelen. Het is een volgende stap in onze ervaringen met de digitale en vooral virtuele wereld. Het niet meer tijd- en plaatsgebonden zijn als ook het feit dat je er altijd bij kan dankzij steeds meer geavanceerde mobiele apparaten opent ongekende mogelijkheden waarvan we nog slechts de eerste contouren ontwaren. Wat kan het Nationaal Archief ermee en hoe kan het er zo goed mogelijk gebruik van maken? We verkeren nu nog in een experimenteerstadium met alle voor- en nadelen van dien (zie het ontstaan van interessante blogs, maar ook de consternatie erover in december), maar op wat langere termijn vraagt dit toch een wat systematischer en meer fundamentele aanpak. Het raakt direct aan wat een digitaal NA is. Hoe ga je om met één (!) virtuele, niet tijd- en plaatsgebonden ruimte waar alles direct wereldwijd bereikbaar is (maar wellicht niet altijd direct interpreteerbaar)? Hoe ga je om met de nieuwe directe interactie- en samenwerkingsmogelijkheden met iedereen (als persoon en als organisatie) die toegang heeft tot internet? Hoe ga je om met de gevolgen van dit alles, waarbij bijv. identiteit in eerste instantie minder belangrijk lijkt te zijn en de inhoud voorop staat? Hoe ga je om met het vervagen van grenzen tussen rollen (privé en publiek) en organisaties (vgl. ketenprocessen)? De web 2.0 hulpmiddelen dragen in veel gevallen hiertoe bij, maar spelen in feite hierin slechts een ondergeschikte rol. Uiteindelijk gaat het om wat organisaties willen en hoe ze er mee omgaan. Zonder een onderbouwde visie hebben die hulpmiddelen geen toekomst in het NA.
Op dit moment gebruiken we al web 2.0 hulpmiddelen en niet alleen in 23-archiefdingen. Het gebeurt o.a. in Europese projecten. In het Planets project gebruiken we bijv. al bijna 4 jaar een wiki t.b.v. de onderlinge samenwerking en kennisdeling, overleggen we al via Skype, maken we al podcasts of webcasts van presentaties e.d., in Digital Preservation Europe hebben we al animatiefilmpjes gemaakt die op YouTube staan (Digiteam). In dat laatste project hebben we ook al iets dat met een mooie naam ‘viral marketing’ heet, toegepast met als doel een zo groot mogelijk bereik te verkrijgen. Zie de website van DPE waar links te vinden zijn naar verschillende dingen zoals Facebook, bookmarking tools en Google vertaalprogramma.
In de organisatie zijn er ook voorbeelden, zoals medewerkers die ‘twitter’ gebruiken of die blogs maken (zoals door NA4all en de directeur). Het zijn echter incidentele en individuele voorbeelden van een kleine voorhoede en het is vooral intern. De vraag is welke web 2.0 hulpmiddelen zet je op welk moment en waar in om zo effectief mogelijk te zijn? Tot nu toe heb ik daar nog weinig tot niets over in blogs van collega’s gelezen. Misschien heb ik iets gemist, maar het blijft veelal beperkt tot algemeenheden dat we er iets mee moeten of dat het helpt bij een groter publieksbereik. Het moet ook groeien en er moet intern (meer) discussie ontstaan. We zouden ook moeten kijken hoe en wanneer verschillende tools elkaar kunnen versterken door ze in samenhang te gebruiken en in welke situaties dat juist niet moet.

Er zijn verschillende gezichtspunten in het spel, als privé persoon, als medewerker van het NA, als organisatie, .... De verschillende rollen komen in die nieuwe virtuele wereld bij elkaar en dus ben je 'opeens' alles tegelijk en dat maakt het er niet simpeler op. Je kunt natuurlijk wel zeggen dat iets je persoonlijke opvatting is, maar toch, je blijft wel die medewerker van het NA. Dat vraagt zorgvuldige afweging van wat je schrijft, deelt en laat zien. Als je dan bijv. naar de mogelijkheid van mashups kijkt, kunnen dingen gemakkelijk met elkaar verbonden en geplakt worden met het risico dat alle context verdwijnt en je zowel in gunstige als ongunstige zin kan worden neergezet als organisatie, maar ook als persoon. Bronvermelding is er vaak niet bij. ‘Geen Stijl’ heeft er een handje van dingen nogal eens in het extreme te trekken en uit verband te trekken. En zo zijn er meer risico’s.
Er bestaat vaak het idee dat alles moet kunnen, want dat is nu eenmaal het karakter van internet: open en speelplaats van velen met al dan niet toevallige ontmoetingen en enorme hoeveelheden informatie, rijp en groen, nuttig en nutteloos, waardevol en waardeloos. Toch denk ik dat net als in de samenleving er spelregels nodig zijn, afspraken wat je wel en wat je niet doet. Te midden van die wereld en virtuele samenleving in wording moet ook het NA als instituut zich een plaats verwerven. Dat is de uitdaging waar we voor staan.

Tenslotte komt daar nog bij dat we niet alleen zelf iets moeten, maar ook anderen (overheidsorganisaties) moeten helpen om hun processen en bijbehorende informatiehuishouding goed in te richten. Wat gaan we hen adviseren? Hoe wordt in die nieuwe dynamische wereld van web 2.0 gearchiveerd, zodat we betrouwbaarheid van informatie kunnen waarborgen en nog kunnen reconstrueren wat er gebeurd is (verantwoording afleggen), zeker nu het allemaal steeds verder doordringt via de e-overheid? Belangrijke zaken waarop nog geen goed antwoord bestaat, maar waarbij wel naar ons gekeken wordt voor advies. Ons belang is dan uiteindelijk ook nog dat wat nu geproduceerd wordt aan informatie via web.2.0 door overheidsorganisaties (maar ook private instellingen) voor een deel te bewaren archief is of zou moeten zijn. Hoe gaan we dat archiveren en vervolgens selecteren?

Het zijn allemaal aspecten van een boeiende en dynamische wereld met nieuwe kansen, maar ook bepaalde risico’s. Nu medewerkers via 23-archiefdingen kennis maken met al die nieuwe mogelijkheden biedt dat een goede basis meer doelgericht te experimenteren en meer systematisch te kijken wat werkt en wat niet in het bereiken van onze doelstellingen. Wellicht aan de hand van voorbeelden die anderen geven (zie ook DPE)? Het laatste woord is er in ieder geval nog niet over gezegd…

2 opmerkingen:

  1. Volgens mij heb je met deze blog een mooi overzicht van de kans en risico's geschetst. Het zijn de onderwerpen waar nu over gesproken en gedacht wordt o.a. naar aanleiding van eigen ervaringen en het trainingsprogramma in het bijzonder 23-archiefdingen. Als ik jouw stuk lees zie ik een duidelijke lijn: eerst probeert een kleine groep nieuwe toepassingen uit, dan gaat een grotere groep ermee aan de slag wat vervolgens de mogelijkheid biedt om tot een on line strategie te komen als organisatie. Belangrijk hierbij is dat mensen niet zo maar iets roepen vanuit emotie, maar eerst kennis opdoen, dan een eigen oordeel vormen en zo bijdragen aan strategie, beleid en indien nodig regels. Zou het tijd zijn voor een denktank (on line en IRL)? Zodat al het nadenken en praten over wordt gestroomlijnd? Wellicht kunnen we hiermee een begin maken op Moodle?

    BeantwoordenVerwijderen
  2. Hallo Marianne,

    het lijkt mij inderdaad een goed idee om een kleine 'denktank' van zeg zo'n 5 mensen in te stellen die eens wat lijnen/scenario's bedenkt en die ter discussie stelt via Moodle. Daarna kan dan een kleine 'selecte' groep met éénvan die opties aan de slag. Binnenkort komt toch al een eerste aanzet van spelregels op het internet op Moodle voor discussie beschikbaar. Dit sluit dan mooi aan.

    BeantwoordenVerwijderen