En wat heb ik nu geleerd of wat heeft de (deels hernieuwde) kennismaking met web 2.0 met mij gedaan? Allereerst was het leuk om een tour te maken langs al die nieuwigheden, waarvan ik een belangrijk deel al kende. Het laat zien wat er allemaal mogelijk is en dit is ongetwijfeld pas het begin... als privé persoon kun je het gebruiken en velen doen dat al (twitter, blog en zo). Als organisatie moet je hierop aansluiten en tevens kijken hoe je zelf dergelijke nieuwe zaken het beste en meest effectief kunt inpassen bij de uitvoering van je functie. Dat laatste zal nog wel enig experimenteren vergen, ook al om te kijken waar nu precies de grens ligt waar je je als organisatie mee kunt profileren en wat not tot je taak behoort en wat niet. Ik heb het al enkele keren aan de orde gesteld. Daarvoor is het dan noodzakelijk dat je weet waar je als organisatie voor staat en waarin je je onderscheidt van anderen. Die discussie mis ik nog wel in dit alles. Archiefdiensten hebben het imago van betrouwbaarheid, van oorspronkelijk bronnenmateriaal, en van (procesgebonden) informatie in context en samenhang. Als we die waarden niet handhaven en kunnen garanderen dan worden één van de vele informatieaanbieders en verliezen we ons unieke karakter. We bieden als het ware 'halffabrikaten', geen 'eindproducten'. Ook op dit punt moet nog wel nagedacht worden hoe dat in een virtuele wereld goed kan worden gerealiseerd. Ook hier kunnen experiementen een belangrijke rol spelen.
Veel van de web 2.0 tools lijken 'los zand', bouwstenen voor een nieuwe wereld in wording. Ik ben benieuwd hoe een en ander meer geïntegreerd gaat worden en welke nieuwe mogelijkheden dat weer oplevert. Een voorbeeld van meer integratie is al een mobiel waar je met verschillende informatielagen plus positiebepaling online en dus direct over relevante informatie op locatie kunt beschikken. Dat is zeker een nuttige toepassing. Georefereren spreekt mij sowieso al aan en heb ik ook altijd al gezien als een belangrijk middel om informatie in (een zekere, en niet de enige en nog minder de oorspronkelijke) context aan te bieden.
Tenslotte is de web 2.0 wereld nog steeds vooral iets van individuele personen. Kijk bijv. naar archief 2.0 of ambtenaar 2.0, netwerken van archivarissen resp. ambtenaren. Organisaties beginnen nu pas aarzelend er over na te denken wat het voor hen betekent of kan betekenen. Sommige web 2.0 hulpmiddelen zoals wiki's worden intern soms wel gebruikt, maar een samenhangende visie op dit al is er vaak nog niet. Ook niet bij het NA als organisatie (al zijn er wel allerlei ideeën bij enkele vooroplopende medewerkers) en toch zal dit alles ook in het dNA een belangrijke rol moeten en gaan spelen. Al is het maar om de aansluiting met de samenleving niet te verliezen. Wellicht is deze cursus het begin van een verandering...
zondag 14 maart 2010
zaterdag 13 maart 2010
De mobiele smartphone is iets waar ik zelf nog geen ervaring mee heb, maar hij zal ongetwijfeld de markt (verder) veroveren. Het biedt zoveel 'moois' dat iedereen vroeg of laat (en dat geldt waarschijnlijk ook voor mij) zo'n ding in bezit wil en zal hebben. Dat betekent dat ook archiefdiensten moeten kijken hoe zij daar op kunnen aansluiten, vooral in het aanbieden van materiaal waarmee anderen leuke dingen kunnen doen. Hoever ga je daar mee als dienst? Ergens wordt bijv. melding gemaakt van een historische wandeling gebruik makend van GPS en kaartmateriaal en historische informatie. Dat vind ik typisch iets dat gebruikers moeten maken, niet een archiefdienst. Die moeten zorgen voor het authentieke (daar hoor je bijna niemand meer over in die web 2.0 omgeving....) bronnenmateriaal. Dat het in de goede vorm beschikbaar wordt gesteld en in context. Wat je er mee doet, is dan de verantwoordelijkheid van de gebruiker (individu of bedrijf). Dergelijke activiteiten voegen immers elke keer een nieuwe interpretatielaag toe aan het oorspronkelijke metariaal. In principe zou een archiefdienst dat kunnen doen, maar heeft die zijn handen al niet vol aan het instandhouden en acquireren van archieven zeker in relatie tot de bezuinigingen? Daar komt in deze tijd van digitale informatie nog bij dat veel meer aandacht moet worden gegeven aan de creatie van archief (pro-actief!), omdat anders de bruikbaarheid in een later stadium ernstig gevaar loopt, sterker het risico bestaat dat er helemaal geen archief is.
Dat alles neemt niet weg dat bij de aanschaf van een nieuwe mobiele telefoon ik zeker zal overwegen of ik niet zo'n mooie smartphone moet aanschaffen, want ieder mens heeft toch wel iets van hebberigheid...;)
Dat alles neemt niet weg dat bij de aanschaf van een nieuwe mobiele telefoon ik zeker zal overwegen of ik niet zo'n mooie smartphone moet aanschaffen, want ieder mens heeft toch wel iets van hebberigheid...;)
Archief 2.0 is nu het doel waarnaar wij streven... In het Manifest van Archivaris 2.0 wordt enigszins omschreven wat dat dan zou moeten inhouden. Als ik dat dan lees dan is toch één van de eerste dingen die bij mij op komt dat je eerst moet weten wie je bent (als archivaris) en waar je voor staat. Bij alle Archief 2.0 retoriek lijkt dat wel eens vergeten te worden. Ik heb daar al vaker iets over gezegd. De nieuwe en boeiende (dat moet gezegd) wereld van web 2.0 biedt zeer vele mogelijkheden en nieuwe werkwijzen en je raakt al snel zo er in verstrikt dat je even vergeet wat je taak is. Als archiefdienst bieden we bronnenmateriaal aan en gebruikers (geen klanten !) gaan ervan uit dat ze daarop kunnen vertrouwen en dat er niet mee gesjoemeld is. De term zegt het al het is 'bronmateriaal' dat ooit is gemaakt in een bepaalde context (door een overheidsorganisatie of een persoon of een familie) dat we aanreiken aan onderzoekers en andere belangstellenden om te gebruiken. Van belang is dat dat materiaal in zijn orospronkelijke context wordt aangeboden, want dat stelt hen in staat om de inhoud ervan begrijpen en juist te interpreteren.
Wat je nu ziet is dat veel archieven opeens allerlei materiaal gedigitaliseerd op het web plaatsen, maar vaak als losse stukken en met onvoldoende contextinformatie. Er zijn 'archivarissen 2.0' die stellen dat oude inventarissen niet meer nodig zijn, want dat maakt het maar ingewikkeld. Dat is tot op zekere hoogte wellicht zo, maar dat neemt niet weg dat je nu het 'kind met het badwater weg moet gooien'. De contextinformatie is en blijft van belang voor interpretatie en om de samenhang tussen archiefstukken te laten zien. De wijze waarop je dat zou moeten presenteren, staat ter discussie en daarmee kun je experimenteren. Daar wordt m.i. nog te weinig over gediscussieerd. Theo Thomassen heeft in zijn presentatie op het Archief 2.0 in 2008 daar ook al enigszins op gewezen.
Als archiefdienst moeten we een betrouwbare uitstraling hebben en hebben die in de regel ook. Dat staat niet ter discussie. Dat moeten we behouden in de dynamische web 2.0 omgeving. De nieuwe interactieve mogelijkheden dienen zeker ondersteund te worden door archiefdiensten en daarmee ook de inbreng van gebruikers bij het nader toegankelijk maken. Het bijzondere is wel dat dat soort toegevoegde informatie gemeenschappelijke informatie is die door de gemeenschap wordt onderhouden en waar niemand in het bijzonder de controle over heeft (bijv. om de kwaliteit te bewaken of te zorgen dat het niet verdwijnt). Dat soort informatie is zelfs niet in het 'bezit' van de archiefdienst of die gemeenschap, want het staat ergens op een computer bij een provider (veelal Google of Yahoo die die tools aanbieden). Op zich een risico...
Kortom, de laatste zinsnede van het Manifest ('Ik bevestig, door mijn acties, de vitale en relevante taak van archivarissen in iedere toekomstige vorm van informatiecultuur.') is heel goed, maar het is de vraag of iedereen hetzelfde verstaat onder wat die vitale en relevante taak van archivarissen (moet dat ook niet zijn archiefdiensten?) is?
Wat je nu ziet is dat veel archieven opeens allerlei materiaal gedigitaliseerd op het web plaatsen, maar vaak als losse stukken en met onvoldoende contextinformatie. Er zijn 'archivarissen 2.0' die stellen dat oude inventarissen niet meer nodig zijn, want dat maakt het maar ingewikkeld. Dat is tot op zekere hoogte wellicht zo, maar dat neemt niet weg dat je nu het 'kind met het badwater weg moet gooien'. De contextinformatie is en blijft van belang voor interpretatie en om de samenhang tussen archiefstukken te laten zien. De wijze waarop je dat zou moeten presenteren, staat ter discussie en daarmee kun je experimenteren. Daar wordt m.i. nog te weinig over gediscussieerd. Theo Thomassen heeft in zijn presentatie op het Archief 2.0 in 2008 daar ook al enigszins op gewezen.
Als archiefdienst moeten we een betrouwbare uitstraling hebben en hebben die in de regel ook. Dat staat niet ter discussie. Dat moeten we behouden in de dynamische web 2.0 omgeving. De nieuwe interactieve mogelijkheden dienen zeker ondersteund te worden door archiefdiensten en daarmee ook de inbreng van gebruikers bij het nader toegankelijk maken. Het bijzondere is wel dat dat soort toegevoegde informatie gemeenschappelijke informatie is die door de gemeenschap wordt onderhouden en waar niemand in het bijzonder de controle over heeft (bijv. om de kwaliteit te bewaken of te zorgen dat het niet verdwijnt). Dat soort informatie is zelfs niet in het 'bezit' van de archiefdienst of die gemeenschap, want het staat ergens op een computer bij een provider (veelal Google of Yahoo die die tools aanbieden). Op zich een risico...
Kortom, de laatste zinsnede van het Manifest ('Ik bevestig, door mijn acties, de vitale en relevante taak van archivarissen in iedere toekomstige vorm van informatiecultuur.') is heel goed, maar het is de vraag of iedereen hetzelfde verstaat onder wat die vitale en relevante taak van archivarissen (moet dat ook niet zijn archiefdiensten?) is?
zondag 7 maart 2010
Met Footnote raken we (opnieuw) aan de vraag waar liggen de grenzen aan wat een archiefdienst moet doen? Dat was ook al het geval met genealogische websites. Wanneer je naar Footnote kijkt dan zie ik voor mijn gevoel een hele grote grabbelton, met voor elk wat wils (hoop ik). Het feit dat er in de opdracht gewaarschuwd wordt niet te verdwalen, zegt al iets over de grootte, maar blijkbaar ook over de wijze waarop een en ander geordend is. Er worden zeer veel documenten digitaal beschikbaar gesteld, maar als ik dan zoek dan krijg ik meestal een enorme verzameling documenten die aan een bepaald zoekcriterium voldoen. Dat lijkt op een Google zoekopdracht. Je moet wel precies weten wat je zoekt.
Samenhang tussen documenten en context, belangrijk om een document te kunnen duiden en interpreteren, ontbreekt veelal. Het zijn vooral losse documenten, al dan niet geannoteerd. Documenten van NARA zijn wel voorzien van metagegevens, dus dat geeft enig houvast. Behalve een vindplaats, is het ook een soort werkplaats, waar je dingen kunt toevoegen en bewerken.
Een andere vraag die zich voordoet bij dit soort websites is wie nu eigenlijk de annotaties en andere opmerkingen beheert of daarvoor verantwoordelijk is? Is dat iets gezamenlijks? Dat kan wel eens betekenen dat niemand zich verantwoordelijk voelt. Vinden er kwaliteiscontroles plaats? Waar zijn deze gegevens opgeslagen? Wie heeft daar controle over?
Op zich is Footnote een plek die prima geschikt is voor uitwisseling van informatie, maar of een archiefdienst daar aan moet deelnemen blijft voor mij een punt.
Samenhang tussen documenten en context, belangrijk om een document te kunnen duiden en interpreteren, ontbreekt veelal. Het zijn vooral losse documenten, al dan niet geannoteerd. Documenten van NARA zijn wel voorzien van metagegevens, dus dat geeft enig houvast. Behalve een vindplaats, is het ook een soort werkplaats, waar je dingen kunt toevoegen en bewerken.
Een andere vraag die zich voordoet bij dit soort websites is wie nu eigenlijk de annotaties en andere opmerkingen beheert of daarvoor verantwoordelijk is? Is dat iets gezamenlijks? Dat kan wel eens betekenen dat niemand zich verantwoordelijk voelt. Vinden er kwaliteiscontroles plaats? Waar zijn deze gegevens opgeslagen? Wie heeft daar controle over?
Op zich is Footnote een plek die prima geschikt is voor uitwisseling van informatie, maar of een archiefdienst daar aan moet deelnemen blijft voor mij een punt.
donderdag 4 maart 2010
In het geval van genealogisch onderzoek, maar niet alleen daar, is natuurlijk de vraag waar houdt het werk van een archiefdienst op en waar begint dat van de gebruiker/onderzoeker. Met GenLIAS, ooit gestart door de Rijksarchiefdienst, als ook met vergelijkbare projecten als het indexeren van doop-, trouw- en begraafboeken, doet een archiefdienst al veel, misschien te veel gezien de beperkte middelen. Gezegd moet wel worden dat de uitstraling groot is. Relatief veel mensen doen nu eenmaal genealogisch onderzoek. Dat er nu allerlei nieuwe middelen zijn om het indexeren gezamenlijk uit te voeren en zo te versnellen is mooi. Genealogen zijn zeer actief op internet en je kunt een heel eind komen met stamboomonderzoek als je goed zoekt, weet ik uit eigen ervaring. Soms zijn gegevens niet altijd betrouwbaar (blijkt later), maar dat valt verder erg mee.
Kortom, met de plannen om genealogische bronnen zoveel mogelijk onder te brengen bij het CBG lijkt mij dit niet een prioriteit voor het NA.
Kortom, met de plannen om genealogische bronnen zoveel mogelijk onder te brengen bij het CBG lijkt mij dit niet een prioriteit voor het NA.
woensdag 3 maart 2010
Dan toch eindelijk even tijd gevonden om het volgende Ding te doen. Loop inmiddels wat achter. Gekeken naar Library Thing en ziet er goed uit. Je kunt gemakkelijk boeken die je hebt en interessant vindt opzoeken en in je virtuele bibliotheek opnemen. Heb een beginnetje gemaakt met waar ik op dit moment mee bezig ben. Voor mezelf weet ik nog niet zo of dit nu handig is, maar voor een organisatie als het Nationaal Archief lijkt mij dit delen van boeken wel handig. Wij gebruiken het ook al.
Abonneren op:
Posts (Atom)