zondag 14 maart 2010

En wat heb ik nu geleerd of wat heeft de (deels hernieuwde) kennismaking met web 2.0 met mij gedaan? Allereerst was het leuk om een tour te maken langs al die nieuwigheden, waarvan ik een belangrijk deel al kende. Het laat zien wat er allemaal mogelijk is en dit is ongetwijfeld pas het begin... als privé persoon kun je het gebruiken en velen doen dat al (twitter, blog en zo). Als organisatie moet je hierop aansluiten en tevens kijken hoe je zelf dergelijke nieuwe zaken het beste en meest effectief kunt inpassen bij de uitvoering van je functie. Dat laatste zal nog wel enig experimenteren vergen, ook al om te kijken waar nu precies de grens ligt waar je je als organisatie mee kunt profileren en wat not tot je taak behoort en wat niet. Ik heb het al enkele keren aan de orde gesteld. Daarvoor is het dan noodzakelijk dat je weet waar je als organisatie voor staat en waarin je je onderscheidt van anderen. Die discussie mis ik nog wel in dit alles. Archiefdiensten hebben het imago van betrouwbaarheid, van oorspronkelijk bronnenmateriaal, en van (procesgebonden) informatie in context en samenhang. Als we die waarden niet handhaven en kunnen garanderen dan worden één van de vele informatieaanbieders en verliezen we ons unieke karakter. We bieden als het ware 'halffabrikaten', geen 'eindproducten'. Ook op dit punt moet nog wel nagedacht worden hoe dat in een virtuele wereld goed kan worden gerealiseerd. Ook hier kunnen experiementen een belangrijke rol spelen.
Veel van de web 2.0 tools lijken 'los zand', bouwstenen voor een nieuwe wereld in wording. Ik ben benieuwd hoe een en ander meer geïntegreerd gaat worden en welke nieuwe mogelijkheden dat weer oplevert. Een voorbeeld van meer integratie is al een mobiel waar je met verschillende informatielagen plus positiebepaling online en dus direct over relevante informatie op locatie kunt beschikken. Dat is zeker een nuttige toepassing. Georefereren spreekt mij sowieso al aan en heb ik ook altijd al gezien als een belangrijk middel om informatie in (een zekere, en niet de enige en nog minder de oorspronkelijke) context aan te bieden.
Tenslotte is de web 2.0 wereld nog steeds vooral iets van individuele personen. Kijk bijv. naar archief 2.0 of ambtenaar 2.0, netwerken van archivarissen resp. ambtenaren. Organisaties beginnen nu pas aarzelend er over na te denken wat het voor hen betekent of kan betekenen. Sommige web 2.0 hulpmiddelen zoals wiki's worden intern soms wel gebruikt, maar een samenhangende visie op dit al is er vaak nog niet. Ook niet bij het NA als organisatie (al zijn er wel allerlei ideeën bij enkele vooroplopende medewerkers) en toch zal dit alles ook in het dNA een belangrijke rol moeten en gaan spelen. Al is het maar om de aansluiting met de samenleving niet te verliezen. Wellicht is deze cursus het begin van een verandering...

zaterdag 13 maart 2010

De mobiele smartphone is iets waar ik zelf nog geen ervaring mee heb, maar hij zal ongetwijfeld de markt (verder) veroveren. Het biedt zoveel 'moois' dat iedereen vroeg of laat (en dat geldt waarschijnlijk ook voor mij) zo'n ding in bezit wil en zal hebben. Dat betekent dat ook archiefdiensten moeten kijken hoe zij daar op kunnen aansluiten, vooral in het aanbieden van materiaal waarmee anderen leuke dingen kunnen doen. Hoever ga je daar mee als dienst? Ergens wordt bijv. melding gemaakt van een historische wandeling gebruik makend van GPS en kaartmateriaal en historische informatie. Dat vind ik typisch iets dat gebruikers moeten maken, niet een archiefdienst. Die moeten zorgen voor het authentieke (daar hoor je bijna niemand meer over in die web 2.0 omgeving....) bronnenmateriaal. Dat het in de goede vorm beschikbaar wordt gesteld en in context. Wat je er mee doet, is dan de verantwoordelijkheid van de gebruiker (individu of bedrijf). Dergelijke activiteiten voegen immers elke keer een nieuwe interpretatielaag toe aan het oorspronkelijke metariaal. In principe zou een archiefdienst dat kunnen doen, maar heeft die zijn handen al niet vol aan het instandhouden en acquireren van archieven zeker in relatie tot de bezuinigingen? Daar komt in deze tijd van digitale informatie nog bij dat veel meer aandacht moet worden gegeven aan de creatie van archief (pro-actief!), omdat anders de bruikbaarheid in een later stadium ernstig gevaar loopt, sterker het risico bestaat dat er helemaal geen archief is.

Dat alles neemt niet weg dat bij de aanschaf van een nieuwe mobiele telefoon ik zeker zal overwegen of ik niet zo'n mooie smartphone moet aanschaffen, want ieder mens heeft toch wel iets van hebberigheid...;)
Archief 2.0 is nu het doel waarnaar wij streven... In het Manifest van Archivaris 2.0 wordt enigszins omschreven wat dat dan zou moeten inhouden. Als ik dat dan lees dan is toch één van de eerste dingen die bij mij op komt dat je eerst moet weten wie je bent (als archivaris) en waar je voor staat. Bij alle Archief 2.0 retoriek lijkt dat wel eens vergeten te worden. Ik heb daar al vaker iets over gezegd. De nieuwe en boeiende (dat moet gezegd) wereld van web 2.0 biedt zeer vele mogelijkheden en nieuwe werkwijzen en je raakt al snel zo er in verstrikt dat je even vergeet wat je taak is. Als archiefdienst bieden we bronnenmateriaal aan en gebruikers (geen klanten !) gaan ervan uit dat ze daarop kunnen vertrouwen en dat er niet mee gesjoemeld is. De term zegt het al het is 'bronmateriaal' dat ooit is gemaakt in een bepaalde context (door een overheidsorganisatie of een persoon of een familie) dat we aanreiken aan onderzoekers en andere belangstellenden om te gebruiken. Van belang is dat dat materiaal in zijn orospronkelijke context wordt aangeboden, want dat stelt hen in staat om de inhoud ervan begrijpen en juist te interpreteren.
Wat je nu ziet is dat veel archieven opeens allerlei materiaal gedigitaliseerd op het web plaatsen, maar vaak als losse stukken en met onvoldoende contextinformatie. Er zijn 'archivarissen 2.0' die stellen dat oude inventarissen niet meer nodig zijn, want dat maakt het maar ingewikkeld. Dat is tot op zekere hoogte wellicht zo, maar dat neemt niet weg dat je nu het 'kind met het badwater weg moet gooien'. De contextinformatie is en blijft van belang voor interpretatie en om de samenhang tussen archiefstukken te laten zien. De wijze waarop je dat zou moeten presenteren, staat ter discussie en daarmee kun je experimenteren. Daar wordt m.i. nog te weinig over gediscussieerd. Theo Thomassen heeft in zijn presentatie op het Archief 2.0 in 2008 daar ook al enigszins op gewezen.

Als archiefdienst moeten we een betrouwbare uitstraling hebben en hebben die in de regel ook. Dat staat niet ter discussie. Dat moeten we behouden in de dynamische web 2.0 omgeving. De nieuwe interactieve mogelijkheden dienen zeker ondersteund te worden door archiefdiensten en daarmee ook de inbreng van gebruikers bij het nader toegankelijk maken. Het bijzondere is wel dat dat soort toegevoegde informatie gemeenschappelijke informatie is die door de gemeenschap wordt onderhouden en waar niemand in het bijzonder de controle over heeft (bijv. om de kwaliteit te bewaken of te zorgen dat het niet verdwijnt). Dat soort informatie is zelfs niet in het 'bezit' van de archiefdienst of die gemeenschap, want het staat ergens op een computer bij een provider (veelal Google of Yahoo die die tools aanbieden). Op zich een risico...
Kortom, de laatste zinsnede van het Manifest ('Ik bevestig, door mijn acties, de vitale en relevante taak van archivarissen in iedere toekomstige vorm van informatiecultuur.') is heel goed, maar het is de vraag of iedereen hetzelfde verstaat onder wat die vitale en relevante taak van archivarissen (moet dat ook niet zijn archiefdiensten?) is?

zondag 7 maart 2010

Met Footnote raken we (opnieuw) aan de vraag waar liggen de grenzen aan wat een archiefdienst moet doen? Dat was ook al het geval met genealogische websites. Wanneer je naar Footnote kijkt dan zie ik voor mijn gevoel een hele grote grabbelton, met voor elk wat wils (hoop ik). Het feit dat er in de opdracht gewaarschuwd wordt niet te verdwalen, zegt al iets over de grootte, maar blijkbaar ook over de wijze waarop een en ander geordend is. Er worden zeer veel documenten digitaal beschikbaar gesteld, maar als ik dan zoek dan krijg ik meestal een enorme verzameling documenten die aan een bepaald zoekcriterium voldoen. Dat lijkt op een Google zoekopdracht. Je moet wel precies weten wat je zoekt.

Samenhang tussen documenten en context, belangrijk om een document te kunnen duiden en interpreteren, ontbreekt veelal. Het zijn vooral losse documenten, al dan niet geannoteerd. Documenten van NARA zijn wel voorzien van metagegevens, dus dat geeft enig houvast. Behalve een vindplaats, is het ook een soort werkplaats, waar je dingen kunt toevoegen en bewerken.
Een andere vraag die zich voordoet bij dit soort websites is wie nu eigenlijk de annotaties en andere opmerkingen beheert of daarvoor verantwoordelijk is? Is dat iets gezamenlijks? Dat kan wel eens betekenen dat niemand zich verantwoordelijk voelt. Vinden er kwaliteiscontroles plaats? Waar zijn deze gegevens opgeslagen? Wie heeft daar controle over?
Op zich is Footnote een plek die prima geschikt is voor uitwisseling van informatie, maar of een archiefdienst daar aan moet deelnemen blijft voor mij een punt.

donderdag 4 maart 2010

In het geval van genealogisch onderzoek, maar niet alleen daar, is natuurlijk de vraag waar houdt het werk van een archiefdienst op en waar begint dat van de gebruiker/onderzoeker. Met GenLIAS, ooit gestart door de Rijksarchiefdienst, als ook met vergelijkbare projecten als het indexeren van doop-, trouw- en begraafboeken, doet een archiefdienst al veel, misschien te veel gezien de beperkte middelen. Gezegd moet wel worden dat de uitstraling groot is. Relatief veel mensen doen nu eenmaal genealogisch onderzoek. Dat er nu allerlei nieuwe middelen zijn om het indexeren gezamenlijk uit te voeren en zo te versnellen is mooi. Genealogen zijn zeer actief op internet en je kunt een heel eind komen met stamboomonderzoek als je goed zoekt, weet ik uit eigen ervaring. Soms zijn gegevens niet altijd betrouwbaar (blijkt later), maar dat valt verder erg mee.
Kortom, met de plannen om genealogische bronnen zoveel mogelijk onder te brengen bij het CBG lijkt mij dit niet een prioriteit voor het NA.

woensdag 3 maart 2010

Dan toch eindelijk even tijd gevonden om het volgende Ding te doen. Loop inmiddels wat achter. Gekeken naar Library Thing en ziet er goed uit. Je kunt gemakkelijk boeken die je hebt en interessant vindt opzoeken en in je virtuele bibliotheek opnemen. Heb een beginnetje gemaakt met waar ik op dit moment mee bezig ben. Voor mezelf weet ik nog niet zo of dit nu handig is, maar voor een organisatie als het Nationaal Archief lijkt mij dit delen van boeken wel handig. Wij gebruiken het ook al.

zaterdag 13 februari 2010

Alweer een ding met sociale kenmerken. Ik begin langzamerhand het punt te bereiken dat ik het nu wel weet. Ben ook al een tijdje lid van verschillende sociale netwerken, zoals Linkedin, Archief 2.0, Ambtenaar 2.0. Het is allemaal mooi en nuttig, maar op een gegeven moment heb ik het wel gehad. Weet ook niet zo meteen wat voor zinnigs ik erover kan schrijven. Mijn netwerk via Linkedin breidt zich gestaag uit, merestal omdat anderen mij uitnodigen, maar dat ik er nu dagelijks nut van heb in mijn werk, nee... niet echt. Eén van de zaken waarom het aangeprezen wordt, nl. dat je makkelijker een andere baan kunt vinden, gaat voor mij niet echt op (hoef niet zo lang meer). Binnen Linkedin ben ik dan weer lid van bepaalde groepen, maar in de praktijk merk ik daar ook weinig van. In de andere twee netwerken zit wat mij betreft meer leven. Daar probeer ik mij ook te mengen in discussies. Het lastige is dat die soms snel verwateren als je er niet voortdurend aandacht aan blijft geven. Soms ontbreekt daarvoor helaas de tijd (mij in ieder geval). Snap ook niet hoe anderen dat doen... Kortom, best allemaal nuttig, maar door de veelheid van kanalen/netwerken niet altijd even praktisch, en lastig bij te houden. Moet zich nog een plaats verwerven in de lijn van het werk, want daar gebruik ik ze dan vooral voor.

zondag 7 februari 2010

Met dit hulpmiddel heb ik vooral ervaring op werkgebied. Via Skype heb ik in de afgelopen jaren en nog veel korte gesprekjes gevoerd over zaken die op dat moment even snel geregeld moesten worden of kort een vraag stellen en dan snel (als de ander ook online is tenminste) een antwoord krijgen. Zeker in internationale projecten is dat een heel handig en nuttig hulpmiddel. Uit de genoemde voorbeelden blijkt al dat dit ook in andere opzichten en voor ander doel handig is (vragen stellen aan bibliotheek of archiefdienst bijv.).
Het lijkt een beetje verwant met Twitter, zij het dat Twitter vooral van en over jezelf gaat en aan iedereen online is gericht en dit zich meer direct tot de ander richt.

vrijdag 29 januari 2010

Verder met het volgende onderwerp. Niet één van mijn favorieten, want het gaat over Twitter. Weer een ander informatiekanaal erbij. Je vraagt je langzamerhand wel af hoe mensen een en ander allemaal kunnen bijhouden. Vandaar wellicht dat we nu gaan 'microbloggen' over wat je op een bepaald moment aan het doen bent. Korte berichtjes dat wel, maar dan wel een stortvloed... Ik heb al moeite om alle informatie die via email binnenkomt te verwerken (nog afgezien van blogs van anderen volgen, of feeds bekijken, enz.), laat staan dat ik ook nog moet bijhouden wat andere mensen op een bepaald moment aan het doen zijn. Vaak is dat ook niet erg interessant en wordt er maar wat geleuterd (sorry voor de qualificatie, maar ik kan er niet veel meer van maken). Ik heb al een tijdje een Twitteraccount, gewoon om kennis te maken met het medium, maar werd en word er niet vrolijk van. Heb nog geen 'tweet' de virtuele wereld in gestuurd, maar wordt wel al gevolgd door enkelen. Volg zelf wat anderen, maar vergeet vaak te lezen wat ze allemaal met anderen delen, laat staan dat ik er op reageer.
Ik heb het gevoel dat deze wijze van communiceren nog meer maakt dat alles erg vluchtig wordt en dat mensen nauwelijks meer tijd hebben of nemen om te reflecteren (op wat ze doen). Zoals in de presentatie: het is als een kroeg, gezellig (misschien) en met een kakofonie van 'geluiden'/berichtjes, maar nou niet het toppunt van 'diepzinnigheid' of bedachtzaamheid. Er is een voortdurend verwachting dat je jezelf laat horen of zien, terwijl ik die behoefte helemaal niet heb, alleen als ik dat zelf verkies.
Kortom, ik zal ook nu geen tweet de wereld in sturen en dus niet aan de verwachting voldoen... Helaas.

De 'zandbak'

Moet nodig weer eens 23-archiefdingen bijwerken. Nu is het in de zandbak spelen en dat op mijn leeftijd. Heb zoals al in vorige blog gezegd al vaker met wiki's gewerkt, maar het verbaast me toch elke weer hoe verschillend ze qua werking en mogelijkheden zijn. Vroeg me bijv. af hoe ik nu een plaatje erin kan zetten, maar ondanks verwijzingen naar handleidingen en zo, blijkt dat niet zo maar duidelijk. Uiteindelijk met 'drag and drop' gelukt.... Standaard wiki-fucntionaliteit zou misschien wel handig zijn. Heb hier eigenlijk niet zoveel over te zeggen.

zondag 17 januari 2010

Wiki's zijn erg nuttig in het delen van informatie en ondersteunen van activiteiten indien je op verschillende lokaties zit en moet samenwerken in een project bijv. In Europese projecten als Planets en DPE worden wiki's gebruikt. Het vergt wel enige discipline om dat ook consequent te doen. Ook moet je je afvragen op welk moment je welk hulpmiddel inzet. Is dat een wiki waarop je een document zet of een pagina aanmaakt of een email of een skypegesprek? Het kan allemaal, maar niet iedereen is zich bewust wanneer hij/zij wat gebruikt en dat geldt ook voor mijzelf...
De verschillende wiki's die vermeld staan, kenmerken zich vooral als informatiewiki's, waarbij mensen informatie delen. Dit in tegenstelling tot de projectwiki's waar er een duidelijke relatie ligt met werk dat je doet. Beide kan natuurlijk. Ik weet dat er bij het ministerie van Defensie intern een wiki bestaat waar men discussieert over termen en daarmee al doende een gezamenlijke terminologie (begrippenapparaat) opbouwt. Het lijkt een beetje op de archiefwiki, maar het 'probleem' (als ik het zo mag noemen) daarmee is dat die nogal verouderd over komt (met verwijzing naar Remano bijv., een set eisen die inmiddels niet meer geldig is). Evenmin wordt er een relatie gelegd tot NEN-ISO normen, maar laat ik me niet verleiden tot inhoudelijk commentaar. Het brengt mij wel tot de vraag hoe weet ik nu dat inhoud van een wiki bij de tijd, betrouwbaar en goed is? De grondgedachte is dan misschien dat de kennis van velen maakt dat iets (vanzelf?) betrouwbaar wordt, omdat men elkaar corrigeert, maar je kunt er soms zo je vraagtekens bij zetten... Vooral bij nieuwe ontwikkelingen wil dat nogal eens niet zo zijn. Een redactie van deskundigen kan dan wellicht helpen.
De Cornish wiki kwam mij tamelijk vreemd over, want je ziet alleen hoe je wiki-pagina's maakt, maar je komt niet in/op de wiki, want dan moet je je registreren of een geheim wachtwoord kennen. Werd mij ook niet duidelijk wat doel en opzet ervan zijn.

Tenslotte wordt in de toelichting van 23-archiefdingen gezegd dat "De wiki software houdt automatisch het versiebeheer bij. Je ziet in één oogopslag wat er veranderd is en door wie." Daar kun je ook je vraagtekens bij stellen. Je ziet wel wie wat veranderd heef, maar dat gebeurt op zo'n detailniveau dat je je kunt afvragen wat de waarde ervan is. Of er sprake is van versiebeheer is ook zeer de vraag, want als je een document er opzet dan is het versiebeheer daaraan verbonden (de auteur doet dat) en wordt niet bepaald door de wiki. Kortom wiki's zijn (nog) niet ingericht voor goed records management en de bovenvermelde opmerking zou op z'n minst die nuance moeten aanbrengen.

vrijdag 15 januari 2010

Je vraagt je soms af, hoe ze soms aan een naam komen. Wat nu delicious (in een woord) heet, was vroeger del.icio.us. Ik heb niet zo snel kunnen achterhalen waar dat voor staat, maar goed. Moet ik 'delicious' interpreteren als 'het neusje van de zalm' van de interessante websites? Het komt er zo ongeveer wel op neer.
Interessant is ook hun blog te lezen, waarin wordt bijgehouden wat er aan vernieuwingen en zo plaats vindt. Geeft een goed inzicht. Je moet nu een Yahoo account maken, waar je vroeger rechtstreeks kon registreren (alweer een account erbij... zucht). Probleem waar ik tegenaan liep is ook dat ik de 'Delicious' knoppen niet kan installeren op mijn computer (geeft foutmelding, echter niet op mijn thuis computer). Da's toch jammer. Moet ik weer aan Tim of ICT vragen of dat alsnog kan. Daarmee wordt de integratie van web 2.0 dingen in je digitale werkomgeving wel belemmerd.
Verder vind ik Delicious wel een nuttig hulpmiddel, al weet ik niet of ik het in de praktijk veel zal gebruiken. Doe ik nu ook niet met Favorieten, maar wie weet want Delicious biedt wel veel meer mogelijkheden... Wat ik mij wel afvraag is, hoe dit zich nu verhoudt met de RSS feeds (al dan niet verzameld via Netvibes), want die verwijzen in feite ook naar allerlei voor jou interessante websites of onderdelen ervan. Wellicht zijn het twee verschillende ingangen op hetzelfde, maar m.i. is dit toch wel iets om over na te denken en te kijken wat in welke situatie nu het meest effectief is? In het ene is het doel vooral te filteren (en 'taggen') wat nuttige informatie bevat, in het andere wordt je op de hoogte gehouden van welke nieuwe informatie is toegevoegd of welke aanpassingen zijn gedaan. Samen een mooie combinatie, maar (nog) niet aan elkaar gerelateerd, tenzij ik iets gemist heb (?).

maandag 11 januari 2010

Gevraagd: mijn visie op web 2.0 in relatie tot het NA... hmm da’s niet even snel gedaan. In de verschillende blogs die ik inmiddels geschreven heb, is al duidelijk geworden dat ik hier en daar zo mijn bedenkingen heb vooral vanuit het standpunt van de organisatie en waar we voor staan: het archiveren, beheren en presenteren van betrouwbare, authentieke, bruikbare en ‘niet gemanipuleerde’ informatie (archiefbescheiden). In deze 23-archiefdingen-cursus maken we kennis met de nieuwe mogelijkheden die ‘het web’ biedt dankzij allerlei nieuwe aardige softwarehulpmiddelen. Het is een volgende stap in onze ervaringen met de digitale en vooral virtuele wereld. Het niet meer tijd- en plaatsgebonden zijn als ook het feit dat je er altijd bij kan dankzij steeds meer geavanceerde mobiele apparaten opent ongekende mogelijkheden waarvan we nog slechts de eerste contouren ontwaren. Wat kan het Nationaal Archief ermee en hoe kan het er zo goed mogelijk gebruik van maken? We verkeren nu nog in een experimenteerstadium met alle voor- en nadelen van dien (zie het ontstaan van interessante blogs, maar ook de consternatie erover in december), maar op wat langere termijn vraagt dit toch een wat systematischer en meer fundamentele aanpak. Het raakt direct aan wat een digitaal NA is. Hoe ga je om met één (!) virtuele, niet tijd- en plaatsgebonden ruimte waar alles direct wereldwijd bereikbaar is (maar wellicht niet altijd direct interpreteerbaar)? Hoe ga je om met de nieuwe directe interactie- en samenwerkingsmogelijkheden met iedereen (als persoon en als organisatie) die toegang heeft tot internet? Hoe ga je om met de gevolgen van dit alles, waarbij bijv. identiteit in eerste instantie minder belangrijk lijkt te zijn en de inhoud voorop staat? Hoe ga je om met het vervagen van grenzen tussen rollen (privé en publiek) en organisaties (vgl. ketenprocessen)? De web 2.0 hulpmiddelen dragen in veel gevallen hiertoe bij, maar spelen in feite hierin slechts een ondergeschikte rol. Uiteindelijk gaat het om wat organisaties willen en hoe ze er mee omgaan. Zonder een onderbouwde visie hebben die hulpmiddelen geen toekomst in het NA.
Op dit moment gebruiken we al web 2.0 hulpmiddelen en niet alleen in 23-archiefdingen. Het gebeurt o.a. in Europese projecten. In het Planets project gebruiken we bijv. al bijna 4 jaar een wiki t.b.v. de onderlinge samenwerking en kennisdeling, overleggen we al via Skype, maken we al podcasts of webcasts van presentaties e.d., in Digital Preservation Europe hebben we al animatiefilmpjes gemaakt die op YouTube staan (Digiteam). In dat laatste project hebben we ook al iets dat met een mooie naam ‘viral marketing’ heet, toegepast met als doel een zo groot mogelijk bereik te verkrijgen. Zie de website van DPE waar links te vinden zijn naar verschillende dingen zoals Facebook, bookmarking tools en Google vertaalprogramma.
In de organisatie zijn er ook voorbeelden, zoals medewerkers die ‘twitter’ gebruiken of die blogs maken (zoals door NA4all en de directeur). Het zijn echter incidentele en individuele voorbeelden van een kleine voorhoede en het is vooral intern. De vraag is welke web 2.0 hulpmiddelen zet je op welk moment en waar in om zo effectief mogelijk te zijn? Tot nu toe heb ik daar nog weinig tot niets over in blogs van collega’s gelezen. Misschien heb ik iets gemist, maar het blijft veelal beperkt tot algemeenheden dat we er iets mee moeten of dat het helpt bij een groter publieksbereik. Het moet ook groeien en er moet intern (meer) discussie ontstaan. We zouden ook moeten kijken hoe en wanneer verschillende tools elkaar kunnen versterken door ze in samenhang te gebruiken en in welke situaties dat juist niet moet.

Er zijn verschillende gezichtspunten in het spel, als privé persoon, als medewerker van het NA, als organisatie, .... De verschillende rollen komen in die nieuwe virtuele wereld bij elkaar en dus ben je 'opeens' alles tegelijk en dat maakt het er niet simpeler op. Je kunt natuurlijk wel zeggen dat iets je persoonlijke opvatting is, maar toch, je blijft wel die medewerker van het NA. Dat vraagt zorgvuldige afweging van wat je schrijft, deelt en laat zien. Als je dan bijv. naar de mogelijkheid van mashups kijkt, kunnen dingen gemakkelijk met elkaar verbonden en geplakt worden met het risico dat alle context verdwijnt en je zowel in gunstige als ongunstige zin kan worden neergezet als organisatie, maar ook als persoon. Bronvermelding is er vaak niet bij. ‘Geen Stijl’ heeft er een handje van dingen nogal eens in het extreme te trekken en uit verband te trekken. En zo zijn er meer risico’s.
Er bestaat vaak het idee dat alles moet kunnen, want dat is nu eenmaal het karakter van internet: open en speelplaats van velen met al dan niet toevallige ontmoetingen en enorme hoeveelheden informatie, rijp en groen, nuttig en nutteloos, waardevol en waardeloos. Toch denk ik dat net als in de samenleving er spelregels nodig zijn, afspraken wat je wel en wat je niet doet. Te midden van die wereld en virtuele samenleving in wording moet ook het NA als instituut zich een plaats verwerven. Dat is de uitdaging waar we voor staan.

Tenslotte komt daar nog bij dat we niet alleen zelf iets moeten, maar ook anderen (overheidsorganisaties) moeten helpen om hun processen en bijbehorende informatiehuishouding goed in te richten. Wat gaan we hen adviseren? Hoe wordt in die nieuwe dynamische wereld van web 2.0 gearchiveerd, zodat we betrouwbaarheid van informatie kunnen waarborgen en nog kunnen reconstrueren wat er gebeurd is (verantwoording afleggen), zeker nu het allemaal steeds verder doordringt via de e-overheid? Belangrijke zaken waarop nog geen goed antwoord bestaat, maar waarbij wel naar ons gekeken wordt voor advies. Ons belang is dan uiteindelijk ook nog dat wat nu geproduceerd wordt aan informatie via web.2.0 door overheidsorganisaties (maar ook private instellingen) voor een deel te bewaren archief is of zou moeten zijn. Hoe gaan we dat archiveren en vervolgens selecteren?

Het zijn allemaal aspecten van een boeiende en dynamische wereld met nieuwe kansen, maar ook bepaalde risico’s. Nu medewerkers via 23-archiefdingen kennis maken met al die nieuwe mogelijkheden biedt dat een goede basis meer doelgericht te experimenteren en meer systematisch te kijken wat werkt en wat niet in het bereiken van onze doelstellingen. Wellicht aan de hand van voorbeelden die anderen geven (zie ook DPE)? Het laatste woord is er in ieder geval nog niet over gezegd…