zaterdag 13 maart 2010

De mobiele smartphone is iets waar ik zelf nog geen ervaring mee heb, maar hij zal ongetwijfeld de markt (verder) veroveren. Het biedt zoveel 'moois' dat iedereen vroeg of laat (en dat geldt waarschijnlijk ook voor mij) zo'n ding in bezit wil en zal hebben. Dat betekent dat ook archiefdiensten moeten kijken hoe zij daar op kunnen aansluiten, vooral in het aanbieden van materiaal waarmee anderen leuke dingen kunnen doen. Hoever ga je daar mee als dienst? Ergens wordt bijv. melding gemaakt van een historische wandeling gebruik makend van GPS en kaartmateriaal en historische informatie. Dat vind ik typisch iets dat gebruikers moeten maken, niet een archiefdienst. Die moeten zorgen voor het authentieke (daar hoor je bijna niemand meer over in die web 2.0 omgeving....) bronnenmateriaal. Dat het in de goede vorm beschikbaar wordt gesteld en in context. Wat je er mee doet, is dan de verantwoordelijkheid van de gebruiker (individu of bedrijf). Dergelijke activiteiten voegen immers elke keer een nieuwe interpretatielaag toe aan het oorspronkelijke metariaal. In principe zou een archiefdienst dat kunnen doen, maar heeft die zijn handen al niet vol aan het instandhouden en acquireren van archieven zeker in relatie tot de bezuinigingen? Daar komt in deze tijd van digitale informatie nog bij dat veel meer aandacht moet worden gegeven aan de creatie van archief (pro-actief!), omdat anders de bruikbaarheid in een later stadium ernstig gevaar loopt, sterker het risico bestaat dat er helemaal geen archief is.

Dat alles neemt niet weg dat bij de aanschaf van een nieuwe mobiele telefoon ik zeker zal overwegen of ik niet zo'n mooie smartphone moet aanschaffen, want ieder mens heeft toch wel iets van hebberigheid...;)

Geen opmerkingen:

Een reactie posten